samaar
mannelijk/vrouwelijk (de)/saˈmar/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleding) (geschiedenis) zeer lange deftige bovenkledingIn toorn ging hij voorbij en zijn purperen samaar waaide om hem heen als een vuur.
Etymologie
*via Middelnederlands "samaer" van "chamarre"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek