salsa

mannelijk (de)/ˈsɑlsa/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) naam voor sausen uit de Latijns-Amerikaanse keuken
    Laat iedereen aan tafel zijn eigen tortilla beleggen met het vlees en de salsa.
  2. muziek (muziek) muziekstijl die in de tweede helft van de 20e eeuw is ontstaan uit vermenging van Latijns-Amerikaanse muziek met Amerikaanse jazz
    In de grootste ruimte wordt vooral salsa gespeeld, in de andere meer hiphop.
  3. dans (dans) dans met Cubaanse invloeden die in de tweede helft van de 20e eeuw wereldwijd populair is geworden
    Het wereldrecord werd volgens persbureau Novum gevestigd door 572 paren die tegelijkertijd de salsa dansten.

Etymologie

*[werkwoord]: salsaën zonder de uitgang -en