salade

mannelijk/vrouwelijk (de)/saˈladə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) een gerecht met koude groente en eventueel een dressing
    Het wordt aangeraden om vaak salade te eten.
    ‘Drie Big Mac Menu’s en een salade graag.’ Ik zocht een rustig tafeltje voor mijn spullen en ging direct naar de wc om mijn handen voor de eerste keer in vijf dagen te wassen.
    Ik werd met trompetgeschal verwelkomd en uitgenodigd om me te hullen in kleren uit hun Burning Man verkleeddoos en kon kiezen uit hamburgers, tosti’s, salades, pasta, koffie, bier of wiet.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘slagerecht’ voor het eerst aangetroffen in 1544

Vertalingen

Engelssalad
Spaansensalada
Turkssalata