Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

sagoweer

mannelijk (de)/sa­ɣoˈwer/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) palmwijn, bereid uit het gegiste sap van de arengpalm
    De matrozen - en ook de expeditietroepen - zogen de sagoweer uit de klappers met een rietje.

Etymologie

*van "sagueira", omdat uit het merg van de arengpalm ook een soort sago kon worden gewonnen