sago
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) een zetmeelproduct dat wordt gewonnen door het merg van verschillende soorten sagopalmen en -palmvarens, vnl. soorten uit de geslachten: Metroxylon en Zamia
Etymologie
* Leenwoord uit het Indonesisch, in de betekenis van ‘voedingsmiddel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1646
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek