saga
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsaɣa/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (letterkunde) Germaanse heldenverhalen uit de vroege middeleeuwen die later in het Oudnoords op schrift zijn gesteldHet portaal van de staafkerk (een type middeleeuwse kerk geheel opgetrokken uit hout dat vrijwel alleen in Noorwegen bewaard is gebleven) van Hylestad behoort tot de mooiste en meest herkenbare voorbeelden van de saga in de beeldende kunsten (…).{{ouds|1805
- (letterkunde) (figuurlijk) omvangrijke vertelling waarin de geschiedenis van een familie in het verloop van de tijd wordt beschrevenToen dat klaar was, dacht ik: nu moet ik de stap gaan zetten naar een boek dat er uitziet als de klassieke grote roman: een kroniek, een saga, het Brontë-sisters-achtige boek.Hierin wordt de idealist Gösta Berling uit de gelijknamige saga (1891) van de Zweedse schrijfster Selma Lagerlöf, afgezet tegen de vrekkige grijsaard Scrooge uit Charles Dickens' Christmas Carol (1843).Dit boek van 1932 is het vervolg op ‘Maid in Waiting’ van 1931 en is het tweede stuk van een trilogie die dit jaar besloten werd met ‘Over the River’. Het is de laatste saga die Galsworthy nog kon afwerken vóór zijn dood, begin 1933.
- (figuurlijk) langdurige reeks verwikkelingen rond een persoon of kwestieOmgeven door de oogst van een decennium aan kranten, tijdschriften, kleren en boeken, een Sony-walkman, een wekker, en een stel dozen van Lufthansa met daarin zijn met de hand geschreven, ruim duizend pagina's tellende dagboek woont Nasseri, of ‘Alfred’ zoals hij bekend staat, op een rode plastic bank uit de jaren zeventig in de vertrekhal van Terminal 1 op de Parijse luchthaven Charles de Gaulle. In november gaat hij zijn veertiende jaar hier in. (…) Dr. Bargain, die van alle hoofdrolspelers in deze saga Alfred het vaakst ziet, vindt hem een sympathiek mens, maar zegt ook: "Een beetje gek is hij wel... Hij heeft alle benodigde papieren om te vertrekken, maar hij blijft zitten waar hij zit."
zelfstandig naamwoord
- (Nederlands-Indië) benaming voor bepaalde soorten heesters en bomen uit de vlinderbloemenfamilie met kleine, rode zaden
Etymologie
*[B] van """
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek