saffloer

mannelijk (de)/sɑˈflur/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten, voeding (bloemplanten) (voeding) bepaald soort samengesteldbloemige distelachtige plant met gele en saffraanrode bloempjes waaruit olie gewonnen wordt,
  2. geroosterd kobalterts om glas blauw te kleuren
    Door versmelting van saffloer met kwarts en alkali ontstaat een door kobaltdiepblauw gekleurd glas, smalt.

Etymologie

*via "saflor" en "saffiore" van (ʽuṣfur)

Vertalingen

Spaansalazor, azafrán bastardo, azafranillo