saffloer
mannelijk (de)/sɑˈflur/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) (voeding) bepaald soort samengesteldbloemige distelachtige plant met gele en saffraanrode bloempjes waaruit olie gewonnen wordt,
- geroosterd kobalterts om glas blauw te kleurenDoor versmelting van saffloer met kwarts en alkali ontstaat een door kobaltdiepblauw gekleurd glas, smalt.
Etymologie
*via "saflor" en "saffiore" van (ʽuṣfur)
Vertalingen
Spaansalazor, azafrán bastardo, azafranillo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek