sado
mannelijk (de)/ˈsado/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (verkeer) licht rijtuigje op twee wielen waarin de passagiers met de ruggen naar elkaar toe zitten (dos-à-dos) (uit Indonesië)
Etymologie
* In de betekenis van ‘rijtuigje waarin de passagiers met de ruggen naar elkaar toe zitten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek