sabel
mannelijk (de)/ˈsabəl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) een slag- en steekwapen, van oudsher in gebruik bij de cavallerie, nu onder meer gebruikt in de schermsport
- (gereedschap) een werktuig voor het bewerken van stenen
- (kleding) bont van de sabelmarter
- (heraldiek) de kleur zwart
Etymologie
*[B] Leenwoord uit het Oudslavisch of Oudrussisch, in de betekenis van ‘zwart bont, sabelbont’ voor het eerst aangetroffen in 1260
Vertalingen
Spaanssable
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek