ruwbouw

mannelijk (de)/ˈrywbɑu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) het opbouwen van een bouwwerk, voordat installaties en afwerking worden aangebracht
  2. bouwkunde (bouwkunde) bouwwerk waarvan de constructie staat, maar dat nog afgewerkt moet worden