rumba

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. Latijns-Amerikaanse dans en de daarbij behorende muziek in vierkwartsmaat
    Tak, tak, slow, heup. Een koppel danst de rumba. Eerst met een vlotte heupswing, daarna steeds houteriger en aan het eind eenzaam alleen. Met die potsierlijke dans symboliseert de proloog van Een coming of age voor bejaarden de knullige methodiek van het leven. „Iedereen kan het”, zegt een dansleraar. „1,2,3,4. En we gaan door totdat het stopt.” NRC Joke Beeckmans 18 februari 2016

Etymologie

* leenwoord uit het Spaans