ruizelen
/ˈrœyzələ(n)/
Betekenis
werkwoord
- (inerg) ruisend geluid maken
- (inerg) laten vallen van veren of bladeren
Etymologie
*van Middelnederlands "ruselen", op te vatten als (freqtt) van "ruisen"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
*van Middelnederlands "ruselen", op te vatten als (freqtt) van "ruisen"