ruiler
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die zaken of diensten ruilt met iemand andersIn bijna elke Nederlandse stad is wel een ruilclub te vinden. Letsers worden de ruilers genoemd. En Noppes is daarvan de bekendste organisatie. Het principe is klusjes voor elkaar doen met gesloten beurs: kun jij schilderen, dan doe ik jouw administratie. De Telegraaf 18 mrt. 2013 [https://www.telegraaf.nl/vrouw/1125446/samen-delen Samen delen]Om te weten of een ander cadeau meer van je gading is dan het zelf meegebrachte misbaksel, moeten andere zintuigen ingezet worden. Doordat het duister het zicht op de cadeaus ontneemt, zullen ruilers aangewezen zijn op reuk, gehoor en tastzin om erachter te komen of een cadeau in de smaak zal vallen. De Telegraaf 02 jan. 2014 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1018619/kerstcadeaus-ruilen-in-het-duister Kerstcadeaus ruilen in het duister]
Etymologie
* van ruilen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek