ruiker

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een boeket
    Hij nam een paar ruikers mee voor de hele familie.
  2. iemand die ruikt of goed ruiken kan

Etymologie

* van ruiken

Vertalingen

Engelsbouquet
DuitsBlumenstrauß
Spaansramo