ruiker
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een boeketHij nam een paar ruikers mee voor de hele familie.
- iemand die ruikt of goed ruiken kan
Etymologie
* van ruiken
Vertalingen
Engelsbouquet
DuitsBlumenstrauß
Spaansramo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek