rugzakje

/ˈrʏxsɑkjə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoonsgebonden budget, een bedrag waarvoor een patiënt zelf zorg kan regelen
    Leerlingen met een rugzakje hebben een indicatie voor speciaal onderwijs.
  2. onderwijs (onderwijs) leerlinggebonden financiering, waarmee voor hulpbehoevende kinderen in regulier onderwijs passende voorzieningen kunnen worden betaald

Etymologie

*afgeleid van "rugzak"