rugleuning

vrouwelijk (de)/ˈrʏxlønɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. deel van een stoel of bank waartegen men de rug kan laten rusten
    Een stoeltje zonder rugleuning noemt men meestal een krukje.

Vertalingen

Engelsback rest
Fransdossier
DuitsRückenlehne
Spaansrespaldo