woorden
boek
Start
›
R
›
rugbyer
rugbyer
mannelijk (de)
/ˈrʏɣbijər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
sport
(sport) een speler die de sport rugby speelt.
De rugbyer schopte de rugbybal naar voren.
Etymologie
* van rugbyen
Verwante woorden
rugbelettering
rugblessure
rugby
rugbybal
rugbyclub
rugbyde
rugbyen
rugbyers
rugbyploeg
rugbyspeler
rugbyspelers
rugbyt
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← rugbyen
rugbyers →