rovershol

onzijdig (het)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. ruimte vanwaaruit criminelen hun activiteiten ontplooien
    De inval van de politie in het roversholbij het Drentse Zuidlaren, waar in december vorig jaar twee Kosovaarse inbrekers werden ontdekt, was onrechtmatig. De mannen leefden in het hol en dat was daarom aan te merken als woning, betoogde de advocaat van een van de verdachten vrijdag voor de rechtbank in Assen.de Telegraaf 23 mei 2014
    De captain kwam bij justitie in beeld via honderden afgeluisterde telefoongesprekken bij het bedrijf X. in Y. Volgens het OM was dat een rovershol waar tientallen drugscriminelen onderling afspraken maakten.Tubantia René van der Lee en Jan van den Oord 04-JANUARI-2018

Vertalingen

Engelsden of robbers, obbers'den, den of thieves