rouwfloers
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een klank die uitdrukt dat men ergens verdrietig over isHij praatte alsof hij een rouwfloers in zijn stem had toen we het over de brand hadden.
- zwarte doek die als teken van rouw over iets of iemand is heengelegdOp de plaats waar op 11 september 2001 bijna 2800 mensen door een terroristische aanslag werden gedood, staan nu torenkranen en krioelen honderden werklieden door elkaar. Stukje bij beetje verrijzen nieuwe structuren. Ook de omringende gebouwen die na het instorten van het World Trade Center werden beschadigd, zijn nagenoeg weer opgeknapt. Eén pand staat nog op de nominatie om te worden gesloopt. De vijftig verdiepingen hoge kolos is van boven tot beneden in zwart doek ingepakt. Als een enorme rouwfloers. Weldra zullen de fysieke littekens van de stad zijn geheeld.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek