rouwdouwer
mannelijk (de)/ˈrɑudɑuwər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ruwe, stoere, onbeschaafde man"Veel mensen zeggen nu dat Edwin een rouwdouwer was die overal lak aan had. Tubantia 19-05-09 [https://www.tubantia.nl/overig/hij-was-de-papa-van-m-n-meisjes~af6b22db/ 'Hij was de papa van m'n meisjes']Verbeek was dat seizoen Bert van Marwijk opgevolgd in Rotterdam, maar kreeg geen enkele grip op de selectie met baasjes als Giovanni van Bronckhorst, Henk Timmer, Ron Vlaar, Roy Makaay, Jon Dal Tomasson en ook Denny Landzaat. Vooral de ‘oudjes’ hadden geen klik met de rouwdouwer Verbeek. Tubantia 08-01-13 [https://www.tubantia.nl/heracles/bericht-uit-belek~a8b11113/ Bericht uit Belek]Een oud vrouwtje huurt alleenstaande vader March in wanneer ze haar kleindochter heeft gezien, nádat die is verongelukt in een (te) veelbelovende openingsscène. Samen met rent-a-rouwdouwer Jackson Healy (Crowe) komt March terecht in een mistig complot vol hoge ambtenaren, autoverkopers, pornosterren en milieuactivisten. Tubantia Tisha Eetgerink 10-01-17 [https://www.tubantia.nl/show/the-nice-guys-is-opgewekte-discodetective~a599e787/ The Nice Guys is opgewekte discodetective]
Etymologie
* van rouwdouwen
Vertalingen
Engelshooligan, ruiser, rowdy
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek