routine

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een reeks handelingen die, vaak zonder te hoeven nadenken, kan worden verricht door een verkregen vaardigheid
  2. telkens terugkerende bezigheden
  3. subroutine

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vaardigheid, sleur’ voor het eerst aangetroffen in 1781

Vertalingen

Engelsroutine
Spaansrutina