router
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informatica), (techniek) apparaat dat dient om verschillende computernetwerken met elkaar te verbinden, opererend op laag 3 van het OSI-modelEen draadloze router verbindt al mijn computers met het internet.
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek