rouleren
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (intr) in omloop zijn, circuleren, rondgaan
- (intr) om de beurt uitgevoerd worden, afwisselen, in omloop zijn, omwisselen
Etymologie
*afgeleid van het Franse rouler () [https://fr.wiktionary.org/wiki/rouler Wiktionnaire]
Vertalingen
Engelsbe about, circulate
Fransrouler
Spaanscircular, turnar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek