rotting
vrouwelijk (de)/ˈrɔtɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aantasting door bacteriële groeiIn dit practicum ga je onderzoeken hoe specifiek de relatie is tussen veroorzakers van rotting in verschillende soorten fruit en groenten.
zelfstandig naamwoord
- wandelstok, eventueel voor zelfverdediging gebruiktIn zyn hand hield hy een rotting, maar zelden droeg hy zyn snaphaan of pistolen.Stedman, John Gabriël, 1744-1797 Reize naar Surinamen en door de binnenste gedeelten van Guiana — Deel 2Ze verlangde dringend naar een rotting, om dat brutale kind over de knie te leggen met haar rok omhoog en haar een stuk of tien stevige meppen mee te verkopen op haar achterste; iets dat ze zich helaas niet durfde toe te staan.
Etymologie
*[B] mogelijk via "rottang" van "rautan" "rotan" dat teruggaat op "raut" "met een mesje bewerken", in de betekenis van ‘wandelstok’ voor het eerst aangetroffen in 1634
Vertalingen
Engelsrot, cane
Spaansputrefacción
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek