rotor
mannelijk (de)/ˈrotɔr/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (elektrotechniek) (motortechniek) draaiend anker in een elektromotor of dynamo
- (werktuigbouwkunde) horizontale schroef van een helikopter
- (scheepvaart) aandrijfmechanisme voor schepen, bestaande uit een verticale, draaiende cilinder die door de werking van de winddruk stuwkracht oplevert
- schoepenwiel van een turbine
Etymologie
** in betekenis "schoepenwiel" aangetroffen vanaf 1906
Vertalingen
Spaansrotor
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek