rosj hasjana

mannelijk/vrouwelijk (de)/rɔʃ hɑʃaˈna/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. joods nieuwjaar, op 1 en 2 tisjri; andere namen: Jom Hadien, Jom Hazikaron, Jom Troea
  2. traktaat in het Misjnadeel Moëed, over Rosj Hasjana
  3. traktaat in de Talmoed Jeroesjalmi en de Talmoed Bavli, over hetzelfde onderwerp

Etymologie

* Herkomst: Hebreeuws, letterlijk: 'begin van het jaar'

Vertalingen

EngelsRosh Hashanah