rosj hasjana
mannelijk/vrouwelijk (de)/rɔʃ hɑʃaˈna/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- joods nieuwjaar, op 1 en 2 tisjri; andere namen: Jom Hadien, Jom Hazikaron, Jom Troea
- traktaat in het Misjnadeel Moëed, over Rosj Hasjana
- traktaat in de Talmoed Jeroesjalmi en de Talmoed Bavli, over hetzelfde onderwerp
Etymologie
* Herkomst: Hebreeuws, letterlijk: 'begin van het jaar'
Vertalingen
EngelsRosh Hashanah
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek