ros
onzijdig (het)/rɔs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- [A] (verouderd) een rijpaardHet ros had zijn been gebroken.
zelfstandig naamwoord
- (informeel) slaag, pak slaag
Etymologie
#voorzien van rode lichten, met name in de hoerenbuurt
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek