roomboter

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈrombotər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een soort boter dat, in tegenstelling tot margarine, gemaakt wordt van room
    Roomboter wordt ook gebruikt om koekjes te maken.

Etymologie

* In de betekenis van ‘van room gemaakte boter’ voor het eerst aangetroffen in 1710

Vertalingen

Engelsbutter, full-cream butter
DuitsButter
Spaansmantequilla