rookgat

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een opening in een dak waardoor de rook naar buiten kan gaan
    “Zie je hoe de rook beeft? Alsof hij jammert van angst, terwijl hij toch alleen maar door het rookgat naar buiten hoeft te gaan. Daar is genoeg ruimte. Maar dat weet hij niet. Met de mens is hetzelfde aan de hand. Hij beeft als een blad in de storm.” NRC Alex de Ronde 20 juni 1997 [https://www.nrc.nl/nieuws/1997/06/20/jungfrukallan-7357600-a468618 Jungfrukällan]
    Maar eens waren zij het heilige kruid van de Siberische sjamaan. Raakte hij in zijn tent al dansend en trommelend in trance, dan vloog zijn ziel door het rookgat naar buiten. Die ging in de onder- en bovenwereld advies inwinnen over de aard van de ziekte van zijn patiënten. NRC Gerrit Jan Zwier 8 oktober 1998 [https://www.nrc.nl/nieuws/1998/10/08/de-witte-kluifjeszwam-7417658-a990332 De witte kluifjeszwam]
    De Friese zangeres Nynke Laverman verbleef voor haar nieuwe album bij Mongoolse nomaden. Ze leerde er de keelzang en schreef er over torren die door het rookgat vallen. NRC Yaël Vinckx 16 maart 2009 [https://www.nrc.nl/nieuws/2009/03/16/laverman-blaast-het-ritme-van-de-rails-11698478-a711803 Laverman blaast het ritme van de rails]
  2. ruimte waarin men mag roken