rookbom
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een bom die vooral veel rook maaktDaar zag hij als enig aanwezige fotograaf hoe de krakers burgemeester Polak het woord ontnamen, letterlijk werd de microfoon hem uit handen gerukt, en bij het verlaten van de zaal gooiden ze nog een rookbom. „Ik fotografeerde als fotojournalist ook voor de krant. Dus het ene moment gaf ik de burgemeester tijdens een interview een hand, en stond ik mooie foto’s te maken, en nu was ik er tijdens de bezetting, terwijl hij ziedend was.” De rookbom-foto haalde de krant. NRC Gretha Pama 14 december 2016
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek