rooien
/'rojən/
Betekenis
werkwoord
- (ov) van een oogst, bomen uit de grond halenAardappels, schorseneren en wortelen worden vaak machinaal gerooid.
- (verouderd) met een werpspies treffen, i.h.a doel treffen, slagen[G]ij moet regt in die sloot sturen, zult gij dat wel rooijen? Ik kan den paal niet rooijen. {{Weiland
Etymologie
*> Middelnederlands: roden > *roϸon --«ontginnen»
Uitdrukkingen
- het kunnen rooien — zich kunnen redden, met name financieel
Vertalingen
Engelsuproot, dig
Fransarracher
Duitsroden
Spaansarrancar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek