roofmier
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈrofmir/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (vliesvleugeligen) benaming voor insectensoorten uit de familie die als kolonie gezamenlijk op rooftocht gaan en daarbij met hun kaken soms levende wezens doden die vele malen groter zijn dan zijzelfDe mieren zijn roofmieren. Bijna elke dag gaan de mieren uit roven. Dan zwermen ze uit over de bodem van het bos en overvallen ze insecten en andere dieren.Ramon bleef grijnzen, er kroop een roofmier in zijn neus.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek