rood-wit-blauw
onzijdig (het)/ˈrotwɪdˌblɑu/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- patroon, vlag, tenue of ander voorwerp met zowel rode, witte als blauwe vlakkenJansen verkoopt behalve carbid ook de bussen waarmee je kunt knallen: niet de originele melkbussen, maar omgebouwde gasflessen die hij in rood-wit-blauw heeft geschilderd.Op 4 juli 1976 werd het hele Empire State Building in rood-wit-blauw verlicht. Niet om de Bicentennial (200 jaar onafhankelijkheid van de VS) te vieren, maar ter ere van de verjaardag van zijn vrouw, zei Helmsley.
- (pregnant) de Nederlandse vlagHet rood-wit-blauw wappert wél voor prinses Máxima en niet voor prins Bernhard.Als de Fransen in november 1813 worden verjaagd, wil Nederland weer zaken doen met de Oranjes. Op veel plaatsen worden effen oranje vlaggen uitgestoken. Maar ook het horizontale rood-wit-blauw komt van zolder.
- (sport) (wielrennen) shirt voor de wielerkampioen van NederlandDoor de foute timing ontbreekt het de strijd om het rood-wit-blauw aan animositeit.Eerstejaarsprof Ligthart gaf zijn carrière een vliegende start met de titel. Maar hij merkte ook dat hij zich constant moest bewijzen in het rood-wit-blauw.
- (figuurlijk) Nederlandse trots of chauvinismeIk krijg huiveringen van een minister Derk Jan Eppink van Buitenlandse Zaken, die in de Volkskrant schreef over Obama’s huidskleur als diens ‘handelsmerk’ en de Forum-partijstandpunten „normale, constructieve omgang met Rusland” en de Nexit handen en voeten gaat geven. (…) Of van een minister Annabel Nanninga (Cultuur) die rood-wit-blauw op de NPO gaat promoten, stopt met het ‘subsidiëren van de segregatie’ (…) en een ombudsman gaat instellen die de ‘neutraliteit’ van opinie- en debatprogrammma’s gaat bewaken.We eindigen De Storm met de Deltawerken en rood-wit-blauw: de dijken waarachter we ons weer even veilig mogen wanen.
Etymologie
#(figuurlijk) van Nederland of betrekking hebbend op Nederland
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek