rondte
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- omgeving, kring,rondheidDe splinters vlogen in de rondte toen de houthakker zijn werk deed.
Etymologie
*afgeleid van rond
Uitdrukkingen
- je een slag in de rondte werken = heel hard werken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek