rondlopen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (erga) een gesloten kromme lopend volmakenZe zijn al drie keer rondgelopen en moeten nog twee rondjes.
- (inerg) herhaaldelijk ongericht lopen door een bepaald gebiedEr lopen daar vaak een paar reeën rond.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek