rommelkamer

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een vertrek waarin veel waardeloze spullen staan
    Nu is het juist andersom: nu zitten de ouders in de rommelkamer en de kinderen op de bel-etage.
    ,,Ik woon samen met mijn vrouw in een appartement van 66 vierkante meter, met één slaapkamer en een rommelkamer waar mijn racefiets en mountainbike in staan. We zijn allebei met pensioen, dus veel thuis. We hebben wel onderburen, maar boven ons zit niets. Het huis is van een wooncorporatie. Bij een storm twee jaar geleden vloog het dak eraf. Dat is vervangen door een goed geïsoleerd dak. We hebben geen gasketel, maar stadsverwarming van Eneco.”

Vertalingen

Engelslumber-room