rolzoom

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zeer smalle zoom aan de vrije rand van een stof die de vorm heeft van een verdikt rolletje
    Taminiau: ‘Ik zie mijn eigen academietijd terug in deze jurk. Kijk maar eens goed naar de afwerking. Als student had ik nog niet de middelen om een keurige rolzoom te maken, dus smeerde ik boekbinderslijm langs de afgeknipte randen zodat ze niet zouden gaan rafelen.