woorden
boek
Start
›
R
›
roker
roker
mannelijk (de)
/ˈrokər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
iemand die een genotmiddel rookt
iemand die door roken voedsel verduurzaamt
Etymologie
* van roken
Antoniemen
niet-roker
Vertalingen
Spaans
fumador
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← rokende
rokeren →