rodekool

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌrodəˈkol/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) donkerrood sluitkoolgewas
  2. groente (groente) rauw of gekookte bladeren van

Etymologie

* In de betekenis van ‘koolsoort’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1554

Vertalingen

Engelsred cabbage
Franschou rouge
DuitsRotkohl
Spaanscol lombarda, cacho lombarda
Italiaanscavolo rosso
Portugeescouve-roxa
Chinees紫甘藍
Japans赤キャベツ
Koreaans적채
Turkskırmızı lahana
Poolsczerwona kapusta
Deensrødkål