ritsen

/ˈrɪtsə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. inerg, verkeer (inerg) (verkeer) om beurten invoegen zoals de tanden van een rits
    Wanneer twee banen tot een enkele baan versmald worden, moet er geritst worden.
    Ritsen is het beurtelings invoegen van voertuigen op een vrije rijstrook bij een vermindering van het aantal rijstroken.
  2. ov (ov) openen of sluiten van een rits
    Er schoot adrenaline door mijn hele lijf en paniekerig probeerde ik zo snel mogelijk mijn muskietennet omhoog te ritsen.
  3. ov (ov) met een hard en puntig voorwerp in een zachter oppervlak krassen (van runnen of symbolen)
    Het ritsen van runen op voorwerpen is ook een bekend oud gebruik.