ritmiek
vrouwelijk (de)/rɪtˈmik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (muziek) leer van de patronen in de tijdsduur van noten
- herkenbaarheid van een patroon in de tijdsduur van noten of geluiden
Etymologie
*van "Rhythmik" of afgeleid van "ritme"
Vertalingen
Engelsrhythmics
Fransrythmique
DuitsRhythmik, Rhythmus
Spaansrítmica
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek