ristorno

mannelijk/vrouwelijk (de)/rɪs'tɔrno/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. herstel van een foute boeking
  2. terugbetaling
    De door ambtenaren betaalde belasting is in feite niet meer dan een ristorno aan de fiscus die hen onderhoudt.” NRC Frank van Empel 25 april 1997
    De trouwe klanten van Delhaize krijgen via hun plus-kaart nog een extra ristorno van 0,5% in de vorm van aankoopbons. de Standaard 04/januari/2006

Etymologie

* uit het Italiaans