riolering

vrouwelijk (de)/ˌrijoˈlerɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de infrastructuur waarop afvalwater geloosd, ingezameld en getransporteerd wordt
    Bewoners van de Dokter Schräderlaan in het Brabantse Oisterwijk keken toch wat vreemd op, toen de werkzaamheden voor een nieuwe riolering waren voltooid. De lantaarnpaal die voorheen op het trottoir stond, staat nu plotseling op de rijbaan. Dat dat niet helemaal de bedoeling is, blijkt wel uit het feit dat de paal wordt afgeschermd door een rood-wit waarschuwingsbord. De gemeente Oisterwijk laat in een reactie weten dat het om een tijdelijke situatie gaat. Tubantia Gerben van den Broek en Tom Tacken 07-05-18 [https://www.tubantia.nl/bizar/verkeer-oisterwijkse-woonwijk-moet-wel-heneacute-eneacute-l-vreemd-obstakel-ontwijken~ac51e3c2/ Verkeer Oisterwijkse woonwijk moet wel héél vreemd obstakel ontwijken]

Etymologie

* van rioleren