ril
mannelijk/vrouwelijk (de)/rɪl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- groef, geul (in papier, karton e.d.)
- (landbouw) rug [6] tussen voren [2]
- (geologie) natuurlijke waterloop
- (geologie) grondstrook naast veengebied
- (astronomie) lange en smalle groef aan het maanopppervlak
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek