rikketik
mannelijk (de)/ˈrɪkəˌtɪk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het hart, vaak eufemistisch gebruikt om aan te geven dat er sprake is van een hartziekteEnkele jaren geleden was hij huisarts in de Hengelose wijk Klein Driene. Hartproblemen dwongen hem zeer tegen zijn zin te stoppen. Het was niet eens het feit dat zijn ‘rikketik’ hem parten speelde - dat euvel was met enkele bypasses redelijk snel opgelost - nee, het was vooral zijn verzekeraar, die voorschreef dat hij niet verder mocht. Tubantia Tamarah Swensen 24-oktober-2012'Ik keek eens goed naar de spreker. Hij zag er gezond uit, niet het type dat het aan de rikketik had. Volkskrant Martin Bril 2 december 2005
Etymologie
* afgeleid van tik
Vertalingen
Engelsheart
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek