rijtuigschilder
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- persoon die decoratief schilderwerk aanbrengt op rijtuigenVan de gevel van het huis van de baas was dan ook niet veel meer goed te zien dan het lange glimpende bord boven de winkeldeuren: 'Huis- en Rijtuigschilder en wat gekozijn van de voorkamer boven en het spionnetje en de streep van de pijp die van de gootlijst afdaalde en het kapel van de hooge zolder, waaronder al die vruchten uit het Westland hadden liggen gloeien, het was nu alles verdekt met nacht.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek