rijstpap
mannelijk (de)/ˈrɛis(t)pɑp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) gerecht van rijst met melk gekookt (en die men b.v. kan eten door het met bruine suiker en kaneel te bestrooien)In de hemel eten ze rijstpap met gouden lepeltjes.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek