rijgen
/ˈrɛɪɣə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met een naald een draad ergens doorvoerenZe reeg eerst de zoom om te kunnen zien of deze op de juiste lengte was.
Etymologie
* In de betekenis van ‘aan een snoer hechten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1330
Vertalingen
Engelsbaste
Fransfaufiler
Duitsfädeln
Spaanshilvanar
Zweedsträda
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek