richter

mannelijk (de)/ˈrɪxtər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets of iemand die richt
  2. verouderd, geschiedenis, juridisch (verouderd) (geschiedenis) (juridisch) een functionaris die de uitvoering van de vonnissen onder zijn beheer had, maar niet het vonnis velde.

Etymologie

*afgeleid van richten