richter
mannelijk (de)/ˈrɪxtər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets of iemand die richt
- (verouderd) (geschiedenis) (juridisch) een functionaris die de uitvoering van de vonnissen onder zijn beheer had, maar niet het vonnis velde.
Etymologie
*afgeleid van richten
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek