reuzin

vrouwelijk (de)/røˈzɪn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon, mythologie, folklore (persoon) (mythologie) (folklore) zeer groot, vrouwelijk mensachtig wezen
    Zowel het groteske beeld als het beeld van de mensenetende reus is lang populair gebleven in de IJslandse volkssprookjes. De heks van ‘Hans en Grietje’ is op IJsland een mensenetende reuzin geworden.
  2. persoon (persoon) buitengewoon grote of indrukwekkende vrouw
    Nederlandse vrouwen lijken in sommige landen, zoals bijvoorbeeld Japan, wel reuzinnen
    Het is een lexicon, met portretten van vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis, zoals de reuzin Trijntje Keever en de zangeres Conny Vandenbos.

Etymologie

*van Middelnederlands "resinne", op te vatten als afgeleid van reus , waarbij de slotmedeklinker weer stemhebbend wordt